Warme School

Wat is een Warme School?

Ons onderwijs legt de nadruk op cognitieve ontwikkeling. Maar zitten onze kinderen ook goed in hun vel, op school en daarbuiten? Nochtans is net dit van gigantisch belang voor hun toekomst.

In een warme school zit ieder kind goed in zijn vel. Het is een school waar welbevinden en betrokkenheid centraal staan. Een school die de basisbehoefte van kinderen aan erkenning, affectie, veiligheid en duidelijkheid vervult, en waar kinderen in de klas hun natuurlijke drang naar ontdekken kunnen uitleven.

Het is een plek waar kinderen zelfvertrouwen (leren) hebben, open staan voor hun omgeving, zich niet meteen uit het lood laten slaan wanneer het mis gaat, genieten, hun gevoelens kunnen toelaten en uiten, en weerbaar zijn.

Kinderen die emotioneel in evenwicht zijn, herkennen respectloos gedrag en kunnen er tegenin gaan, zodat ze een positief zelfbeeld krijgen. Pestgedrag vermindert zo vanzelf. En weerbare, emotioneel gezonde kinderen en jongeren zullen zelfdoding niet langer als uitweg zien.


Waarom is een Warme School nodig?

Of een kind geestelijk gezond is in de kindertijd, bepaalt mee of het later een goed leven kan leiden. De meeste Vlaamse kinderen voelen zich goed. Maar er loeren risico’s om de hoek: stress, prestatiedruk, te weinig beweging, fastfood, veranderende gezinnen, sociale media.

Met vroege interventies om hun mentale gezondheid te bevorderen, kunnen we kinderen helpen open te bloeien. Want net op de lagere-schoolleeftijd zijn ze als sponzen, die sociale en andere vaardigheden en kennis opslorpen.

De adolescentie is dan weer een tijd van grote veranderingen. Jongeren beginnen de vleugels uit te slaan en hun weg te zoeken. Het is een kwetsbare periode waarin ze hun identiteit ontwikkelen en andere jongeren hun belangrijkste spiegel zijn.

We willen onze kinderen en jongeren wapenen tegen mogelijk moeilijke momenten, door ze bewust te maken van het belang van een goede geestelijk gezondheid, door ze duidelijk te maken dat ze zelf hun veerkracht kunnen versterken en door ze daarvoor handvaten aan te reiken.


Hoe ziet een Warme School er uit?

De sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind is het uitgangspunt van het project. Het doel is om samen met en voor basisscholen en secundaire scholen een praktijkmodel te ontwikkelen dat helpt om emotionele problemen bij kinderen – en bijgevolg volwassenen – te voorkomen.

In een warme school streeft het schoolteam ernaar om het welbevinden, de betrokkenheid en het gezond emotioneel functioneren van kinderen en jongeren te verhogen, zodat ‘ieder goed in zijn vel’ zit. Dit welbevinden is niet beperkt tot de leerlingen, een warme school mikt op het welzijn van alle partners in de leer- en leefomgeving: leerkrachten, ouders en partners.

De warme school ontwerpt zelfsturende, zelforganiserende en zelflerende teams waarin de leerlingen centraal staan. De teams geven continuïteit en volgen de leerlingen over de leerjaren en de vakken heen. De teams bouwen rond het kind en de jongere een warme leer- en leefgemeenschap uit. Dit leidt tot betrokken ouders en een betrokken omgeving.

Het pilootproject Warme School, dat loopt tot 2020, valt uiteen in vier delen:

▪In de vijf Warme Steden Brugge, Gent, Leuven, Turnhout, en Genk komen er telkens twee lerende netwerken van 5 warme scholen (samen 10 lerende netwerken en 50 scholen) die begeleid worden door Flanders Synergy. Het gaat om scholen uit het basis- en het secundair onderwijs, en uit de verschillende netten.

▪Er worden instrumenten ontwikkeld die scholen helpen warm te organiseren: verandertools, goede praktijken en werkvormen die scholen, begeleidingsdiensten en consultants later kunnen gebruiken om het concept verder te verspreiden.

Stercasussen worden gedocumenteerd als inspiratiebron voor warme scholen, met aandacht voor het proces en het resultaat.

▪Het project wil warme scholen duurzaam inbedden in het Vlaams onderwijs: door successen te boeken in scholen en deze te documenteren; door ervaringen te verspreiden via alle mogelijke kanalen; door een breed netwerk van stakeholders te betrekken, in het bijzonder de onderwijskoepels en de netten; door een expertisenetwerk te creëren dat scholen ondersteunt. De verschillende partners (Flanders Synergy, CEGO & Tenz) zijn actief in het onderwijsveld. Zij zullen de goede praktijken en tools opnemen in hun aanbod (ook na afloop van het project).

Meer gedetailleerde informatie over Warme School lees je in de projectfiche.


Hoe meten we of Warme Scholen werkt?

▪In de scholen wordt bij iedere leerling met behulp van een digitaal volgsysteem periodiek gepeild naar twee indicatoren: welbevinden en betrokkenheid.

▪Alle deelnemende scholen hebben daarvoor het digitale volgsysteem LOOQIN. Deze gegevens in dit systeem worden gecombineerd met informatie uit de screening door leerkrachten van iedere leerling, uit wat kinderen aanleveren vanuit hun beleving, uit de schriftelijke bevraging van leerkrachten en ouders.

▪Er is telkens een pre- en een postmeting voorzien. De metingen laten toe om de evolutie voor de indicatoren welbevinden en betrokkenheid in de school vast te stellen.

▪In de metingen werken we integraal, met andere woorden, er is oog voor de cultuur van de warme school en het gedrag en de competenties van de mensen die er werken (sociale variabelen), maar ook voor technische variabelen zoals  de structuur (de werkverdeling) en de systemen van de school.


Wie zijn de partners?

▪Fonds GavoorGeluk

▪Flanders Synergy

▪CEGO (Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs)

▪Tenz

▪Pedagogische begeleidingsdiensten van het GO!, van het Katholiek Onderwijs, van OVSG, Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, Tabor Groep, Broeders van Liefde, OKO

▪Het Vlaams Parlement, de kabinetten en Departementen Onderwijs en Jeugd en Welzijn, de onderwijskoepels, de Vlaamse scholierenkoepel, de ouderverenigingen, de lerarenopleidingen, de inspectie, het lerarensyndicaat, de VLOR, VLESP en de lokale Stuurgroepen Warme Steden volgen dit pilootproject met interesse.