Een suïcide treft behalve de betrokkene zelf ook de naaste familieleden en vrienden van de overledene.
Onderzoek wijst uit dat nabestaanden van suïcide een risicogroep vormen en behoefte hebben aan hulp gericht op specifieke vragen en problemen. Lotgenotencontact kan positieve effecten hebben op nabestaanden, vooral wanneer zij milde klachten vertonen.
Partners:
- Ga voor Geluk vzw
- Werkgroep Verder
- Trimbos Instituut (NL)
Project gestart juli 2010.
Duur: 2 jaar
A. Titel
Online lotgenotencontact voor nabestaanden na zelfdoding, een pretest-posttest onderzoek.
B. Beschrijving
Een suïcide treft behalve de betrokkene zelf ook de naaste familieleden en vrienden van de overledene. Onderzoek wijst uit dat nabestaanden van suïcide een risicogroep vormen en behoefte hebben aan hulp gericht op specifieke vragen en problemen. Lotgenotencontact kan positieve effecten hebben op nabestaanden, vooral wanneer zij milde klachten vertonen. Sinds enige tijd wordt er op de site van WerkgroepVerder.be lotgenotencontact voor nabestaanden aangeboden via een Forum. In de hier voorgestelde studie wordt met een pre-test post-test design bekeken of het welbevinden van de nabestaanden na zelfdoding toeneemt als gevolg van dit online lotgenotencontact.
Domein
Hoe kadert het project in de door de overheid gedefinieerde strategie ter preventie van depressie & suïcide bij jongeren.
Mensen (nabestaanden) die geconfronteerd worden met een zelfdoding hebben een verhoogd risico om zelf psychosociale problemen te ontwikkelen, depressief te worden en te sterven door zelfdoding.
Nabestaanden na zelfdoding zijn dan ook risicogroep opgenomen in het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie.
Werkgroep Verder coördineert en ondersteunt de opvang en ondersteuning van nabestaanden na zelfdoding coördineert in Vlaanderen.
C. Doelstelling & onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is te onderzoeken in hoeverre nabestaanden van suïcide gebaat zijn bij online contact met lotgenoten. Als belangrijkste uitkomstmaat wordt daarbij de mate van psychisch welbevinden gemeten. Andere uitkomstmaten zijn de mate van (gecompliceerde) rouw, depressieve gevoelens, zelfwaardering en kwaliteit van leven. Bovendien wordt onderzocht of er specifieke groepen zijn die meer of minder baat hebben bij het lotgenotencontact. Dergelijke informatie is van belang voor indicatiestelling en voor het verkrijgen van suggesties voor eventuele aanpassingen in de aard van het online lotgenotencontact. Middels een kwalitatief onderzoeksdeel zal verder geëxploreerd worden welke verklaringen respondenten geven voor het ervaren effect van het online lotgenotencontact.
De vragen luiden:
1. Heeft deelname aan online lotgenotencontact positieve effecten op het welbevinden van nabestaanden na zelfdoding, zowel op korte termijn (6 maanden na start van het lotgenotencontact), als op langere termijn (12 maanden na start van het lotgenotencontact)?
2. Welke specifieke groepen nabestaanden na zelfdoding hebben vooral baat bij het online lotgenotencontact, en welke niet of minder?
3. Welke ondersteunende en niet-steunende processen vinden plaats tijdens deelname aan online lotgenotencontact, volgens deelnemers die baat hebben bij het lotgenotencontact, vergeleken met hen die dat niet hebben? En wat is volgens deelnemers de oorzaak van het succes / gebrek aan succes?
D. Meetpunten
De studie betreft een pretest-posttest onderzoek in een bestaande naturalistische setting, dat bestaat uit drie online metingen. Bij het eerste bezoek aan het nabestaandenforum op de website WerkgroepVerder.be krijgt de bezoeker een tussenpagina te zien waarop hij/zij wordt uitgenodigd voor deelname aan het onderzoek. Na het geven van informed consent (zie procedure) kan het onderzoek starten. Deelnemers worden gevraagd drie keer een vragenlijst in te vullen aan de hand waarvan kan worden kan worden bekeken of het geestelijk welbevinden toeneemt als gevolg van het online lotgenotencontact. Ook zal bekeken worden welke groepen meer of minder profiteren van het aanbod. Doel hiervan is het beantwoorden van de eerste twee onderzoeksvragen: namelijk (1) Heeft deelname aan online lotgenotencontact positieve gevolgen voor het welbevinden van nabestaanden na zelfdoding, zowel op korte termijn (6 maanden na start van het lotgenotencontact), als op langere termijn (12 maanden na start van het lotgenotencontact)? (2) Welke specifieke groepen nabestaanden na zelfdoding hebben vooral baat bij het online lotgenotencontact, en welke niet of minder?
Ten slotte kent het onderzoek een kwalitatief deel. Dit bestaat uit 20 telefonische interviews door een onderzoeksmedewerker, met deelnemers aan het online lotgenotencontact. Het streven is om 10 deelnemers te interviewen die aangeven baat te hebben gehad bij het online lotgenotencontact, en 10 die aangeven er geen baat bij te hebben gehad. Doel hiervan is antwoord te geven op de derde onderzoeksvraag, namelijk: Welke ondersteunende en niet-steunende processen vinden plaats tijdens deelname aan online lotgenotencontact, volgens deelnemers die baat hebben bij het lotgenotencontact, vergeleken met hen die dat niet hebben? En wat is volgens deelnemers de oorzaak van het succes / gebrek aan succes?
Meetmomenten
Deelnemers aan het onderzoek vullen een online vragenlijst in bij aanmelding voor deelname aan het lotgenotencontact (t0), 6 maanden na aanmelding (t1) en 12 maanden na aanmelding (t2). Het invullen van de vragenlijsten vindt geautomatiseerd plaats. Deelnemers krijgen op de drie tijdstippen een e-mail toegestuurd met daarin een link naar de online vragenlijst.
E. Tijdsplanning
Juli 2010– Juli 2012
F. Onderzoeksinstantie
Werkgroep Verder, Nabestaanden na Zelfdoding (www.werkgroepverder.be)
Trimbos Instituut (www.trimbos.nl)
G. Medewerkers
Lynn Delfosse & Nico De fauw (Werkgroep Verder)
Wouter van Ballegooijen & Brigitte Boon (Trimbos)
Nederlands
English 












